Energieportretten

Energieportret: Carmen

Carmen

Als mevrouw Carmen (75) opendoet gaat haar bezoek net weg. Twee vriendinnen komen na een bezoek aan de markt wekelijks even op de koffie. Ze woont al bijna 30 jaar aan de Jan Kobellstraat, pal aan het Grote Visserijplein. Aan de knusse woonkamer grenst de eetkamer, die kan worden afgesloten met schuifdeuren. “Daar sliepen mijn man en ik vroeger, de twee kleinere kamers waren voor de kinderen. Echt groot is het niet, maar het paste wel.” Inmiddels woont ze alleen. “Maar af en toe komen kennissen uit Spanje een paar nachten logeren of mijn kleinzoon, maar nu met het virus niet.” Haar kinderen zijn inmiddels 53 en 48 en haar kleinzoon is 12. “Ik heb ook nog een huis in Spanje, waar ik normaal twee keer per jaar naartoe ga. Dit jaar en vorig jaar is dat helaas niet doorgegaan, door corona.”

Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Spanje, waar ze 51 jaar geleden vertrok. “Om te werken, als interieurverzorger in het Dijkzicht Ziekenhuis. Soppen, schoonmaken.” Ze is met pensioen dus het poetsen doet ze nu alleen nog thuis, wat te zien is aan haar woning, die smetteloos schoon en opgeruimd is. “Als het mooi weer is werk ik in de tuin. Een of twee keer per week ga ik naar mijn dochter om daar een beetje te helpen. Soms ga ik met vriendinnen een eindje lopen. Ik probeer elke dag wel een wandeling te maken. Verder kook ik voor mezelf en soms komen mijn kinderen of vriendinnen eten, zoals gisteren. Zo geniet ik van het leven en gezelligheid.”

Mevrouw Carmen is de perfecte gastvrouw, die de thee serveert op een prachtig dienblad, met daarnaast plakjes cake. In de hoek brandt een ouderwetse, statige gaskachel. “Het is misschien wel gezellig, maar om het huis mee te verwarmen is het moeilijk. Dit is een benedenwoning met enkel glas. Al mijn warmte gaat naar boven. Ik heb een elektrische kachel die ik gebruik als het heel koud is en een straalkachel in de badkamer.”

Om energie te besparen let ze op de hoeveelheid lichten die aanstaan. “En ik probeer maximaal twee keer per week te wassen: één wit, één bont.” In maart komt de eindafrekening van haar energieverbruik. “De vraag is of ik iets terugkrijg of moet bijbetalen, dat wisselt per jaar. 2019 was het bijvoorbeeld niet zo koud. Nu betaal ik 150 euro voor gas/water/licht. En ik woon hier alleen, dus dat is veel. Maar ja, als het koud is wil ik de kachel wel aan. En afgelopen jaar is het erg koud geweest.” De gaskachel brandt in koude perioden dag en nacht. “En dan heb ik soms ook nog de elektrische kachel aan. Als mijn kinderen komen eten wil ik wel dat het hier lekker warm is. Ik zet hem wel lager als ik ga slapen, maar niet uit, anders is het ijskoud als ik opsta.”

Sinds ze is verhuisd werd aan de woning niets veranderd. “Voordat ik hier kwam is wel een kleine renovatie aan het huis gedaan.” Het liefste zou ze centrale verwarming hebben én dubbel glas. “In 2018 is in Pier 80 een grote vergadering geweest, dat ze dat jaar nog zouden beginnen met het aanleggen van CV. Ze hadden het ook over de bouw van liften. Maar er is niks gebeurd. Niks, niks! Ze zeggen dat de aannemer te veel geld vroeg.”

Ze heeft zo haar eigen ideeën waarom de renovatie van de huizen op zich laat wachten. “Ik denk dat Havensteder hoopt dat mensen die nu een lage huur betalen weggaan. Dus ze beloven veel en doen niks, zodat mensen uit zich zelf vertrekken. Dan doen ze een kleine renovatie en vragen ze hogere huur.”

Zelf is ze absoluut niet van plan te vertrekken. “Ik vind het leuk om hier te wonen, ik ben het hier gewend. Zolang het kan wil ik hier blijven. Als ik straks nog maar langzaam kan lopen kan ik nog steeds mijn eigen boodschappen doen. Je hebt hier alles bij de hand, de markt, supermarkt, Turkse en Marokkaanse winkels, van alles. En waar vind ik nog zo’n ruim huis mét een tuin? Het enige dat ik vervelend vind is de winter. Dan is het koud. Als je CV hebt is het overal gewoon lekker warm.” Een van haar buren heeft zelf CV laten aanleggen, met een moederhaard. “Dat heeft hij samen met de bovenbuurman gedaan. Dat was een flinke investering.”

Via een brief heeft ze gehoord dat er plannen zijn om de wijk van het gas af te halen. “Om te koken vind ik dat niet geweldig. Elektrisch is toch langzamer. Maar als het gaat gebeuren voor iedereen, oké. Dan kan het niet anders. Een buurman zei dat ze in april zouden beginnen, maar ik had niks gehoord dus ik geloofde dat niet.” Haar dochter belde Havensteder om te informeren. “Ze zeiden oktober. Maar ik denk dat het smoesjes zijn. Vandaag, morgen, overmorgen, ze komen nooit. Dat denk ik. Mijn dochter vraagt soms of ik niet liever wat dichter bij haar wil komen wonen, maar dan zeg ik: ‘Even rustig.’”

Tekst: Teun van den Ende.
Foto: Florian Braakman.


Energieportret: Silvia Busby

1Jd1exzQ

Het is een bitterkoude winterdag en Silvia Busby is warm gekleed in een behaaglijk huispak. De lichtgrijze kitten Shinzu volgt haar nieuwsgierig naar de woonkamer in de bovenwoning in de Rosener Manzstraat, waar ze nu vier jaar woont. “Relatief kort als je het met de anderen hier vergelijkt. Hiervoor woonde ik vlakbij op de Mathenesserdijk, maar die huizen moesten gerenoveerd worden. Dit was onze tijdelijke woning maar ik besloot om te blijven.” Enerzijds omdat de woning beviel, anderzijds omdat er een rechtszaak was geweest tegen de vorige (particuliere) huisbaas. “Die hadden we wel gewonnen, maar je blijft dan toch te maken hebben met dezelfde mensen.”

Ondanks dat ze fijn woont mist ze soms haar oude buurt. “Dat was iets socialer. Het was een diverse buurt: ik zat tussen Nederlanders, Surinamers en de huiseigenaar was de moskee. Hier wonen bijna alleen Marokkanen en zij zijn meer op zichzelf. Dat heeft denk ik met de cultuur te maken. Als je trouwens eenmaal contact hebt met de gemeenschap zijn ze heel open en hartelijk. Ik heb een Marokkaanse schoondochter en collega, daar heb ik dat bij gemerkt. Maar die eerste stap om binnen te komen is moeilijk.”

De gemeenschappelijke binnenplaats verandert daar weinig aan. “Alleen de mensen op de begane grond hebben de sleutel, dus je wilt het niet de hele tijd hoeven vragen als je in de tuin wilt zitten.” Contact met haar directe buren heeft ze wel. “Ik hoef ook niet met de hele buurt te socialiseren hoor, maar op de Mathenesserdijk zeiden mensen wel ‘goedemorgen’ of ‘goedemiddag’ tegen elkaar en soms babbelde je even met de buurvrouw aan de overkant. Als ik hen nu tegenkom maken we nog steeds een praatje. Dat heb je hier helemaal niet.” Reden om te verhuizen is het voor haar niet. “Maar soms speelt het toch wel door mijn hoofd. Ook omdat het een buurt is waar regelmatig politie komt, omdat jongeren van alles uithalen.”

Aangezien ze wel van een praatje houdt raakte ze in gesprek met Melle Smets over het Huis van de Toekomst, terwijl hij aan het klussen was. “Hij legde uit waar het over ging. Ze pakken oude dingen om daar nu energie mee op te wekken. Voor veel buitenlandse mensen is het misschien wel moeilijk om precies te begrijpen waar dat over gaat, om oude dingen te associëren met het nu, of met de toekomst, of henzelf. Ze zijn de taal ook niet altijd machtig.” Silvia is benieuwd of met het Huis van de Toekomst meer contact zal worden gelegd in de buurt. “Ik heb daar wel twijfels over, want het zit er best ingebakken bij de mensen hier, het is moeilijk om dat zomaar te veranderen. Ze zien natuurlijk alleen maar Nederlanders daar, dus dat maakt het ook niet makkelijker om contact te leggen. Toch vind ik het mooi dat ze het proberen.”

Zelf is ze ook actief bij het Huis van de Toekomst. “Ik heb weleens wat taarten gebakken in de oven. Dat vind ik leuk want ik houd van bakken. Maar niet elke woensdag, want ik werk ook als vrijwilliger bij de Bloedbank.” Als gastvrouw ontvangt ze daar een paar dagen per week donoren, die iets te eten en drinken krijgen aangeboden. “Met name na het bloedprikken, om weer aan te sterken.”

Silvia werd geboren op Curaçao en groeide op in Brabant. “Van daaruit ben ik echt gewend om sociaal contact te hebben met de omgeving.” Bij Philips in Breda leerde ze fijnsolderen, wat ze altijd zou blijven doen. Voor haar werk verhuisde ze twintig jaar geleden naar Rotterdam. “Eerst in de buurt van Zuidplein en daarna kwam ik in West terecht.” Drie zoons zijn al uit huis, waarvan een in Groningen, de ander in België en de laatste in Rotterdam woont. Haar zestienjarige dochter woont nog thuis.

Ondanks de centrale verwarming en dubbel glas is het energieverbruik in de woning met zijn tweeën volgens haar ‘best hoog’. “Ik heb wel moeite met de energierekening, de ene keer is het heel hoog, de andere keer is het iets lager. Ik zit nu bij Eneco maar ik overweeg over te stappen.” De hoge rekening zou te maken kunnen hebben met het feit dat haar onderbuurman geen enkele verwarming aanheeft en dag en nacht de tuindeur open heeft staan. “De vloeren zijn van hout, dus het is hier best koud.” Toch probeert ze bewust niet te veel te stoken. “Ik probeer daar wel op te letten, dus als een kamer niet wordt gebruikt draai ik de radiator daar uit.” Toevallig staat ze net op om de deur achter de zojuist binnengekomen Shinzu dicht te doen. “Deuren dichthouden scheelt ook, want er komt veel kou uit de gang waardoor het hier snel afkoelt.” Belangrijk is daarnaast warm aankleden. “Mijn dochter loopt soms in een t-shirt en een korte broek en dan vindt ze het koud. Dan zeg ik: ‘Doe je onesie maar aan.’”

Of een overgang van het gas af verandering in de energiekosten zou brengen weet ze niet. “Ik vraag me af of elektriciteit voordeliger is. Daar heb ik wel mijn twijfels over, want ik betaal meer voor elektra dan gas.”

Tekst: Teun van den Ende.
Foto: Florian Braakman.


Energieportret: Michael Siem

MichaelSiem met ondertitel

Zijn werkende leven vat Michael Siem (1960) als volgt samen: "Ik heb alles gedaan, van a tot z." Hoewel hij het nu naar eigen zeggen rustig aan doet, heeft hij nog altijd meerdere ijzers in het vuur, die volledig op mond-tot-mond reclame draaien. Hoewel de technische duizendpoot geen arbeidscontract heeft, zit hij allesbehalve stil. De deur van garagebox 774, naast zijn woning in een van de Gijsingsflats in Bospolder-Tussendijken, zet Michael bijna elke ochtend open naar de buurt. Mensen komen met allerlei, vaak technische, vragen langs. Bijna altijd heeft Michael wel een oplossing. Hij ziet de toekomst dan ook rooskleurig tegemoet: "Als ik de kans heb, verhuis ik in de buurt naar een grotere garage. Het mooiste lijkt het me om daar jongeren te begeleiden, naar betaald werk."

Michail Siem is met recht een selfmade man te noemen. Vanaf het moment dat hij als 9-jarig jochie vanuit Suriname in Nederland aankwam moest hij zich in een nieuwe cultuur zien te redden. Als kind was hij al geïnteresseerd in techniek. Na de middelbare school ging hij naar de LTS elektrotechniek, maar tijdens zijn opleiding moest hij al geld verdienen. "Ik ging namelijk al op mijn zestiende op mezelf wonen dus ik combineerde mijn avondopleiding met allerlei baantjes. Ik had toen ook al een kind. Ja, ik was er vroeg bij," zegt hij met een glimlach. Zijn combinatie van leren en (over)leven noemt hij de streetlife university, waarbij hij de kunst afkeek van oudere vrienden 'die zijn vader hadden kunnen zijn'.

Zijn eerste baantjes waren schoonmaken en glazenwassen, waarbij zijn baas van elke gulden die hij verdiende, zelf 30 cent opstreek. De ontevreden Michael ging naar het uitzendbureau en vroeg naar de best betaalde baan - dat was werk waarvoor hij een (dure) vervolgopleiding nodig had, zoals lassen. Dat was niet haalbaar, maar met zijn gezonde interesse in techniek zou hij het zelf wel redden, dacht hij. Nu, veertig jaar later, werkt hij niet meer voor een baas, puur uit overtuiging: "Ik wil niet ingeroosterd worden, ik wil vrij zijn."

Hij heeft een indrukwekkende set gereedschap verzameld in zijn garagebox waar hij sleutelt aan auto's, motoren en fietsen. Van wie? "Nou, iedereen uit de buurt", zegt hij, wijzend naar zijn jonge buurman, die met een gedeukte auto aan is komen rijden. Zijn reputatie houdt hij mede in stand met handige tips om geld te besparen, legt hij uit aan de hand van een butaantank, die achterin de garagebox staat: "Als je die in de speciaalzaak opnieuw laat vullen dan kost dat 35 euro. Maar als je het juiste ventiel hebt, dan kan je het zelf doen bij het pompstation, daar kost het autogas maar vier euro nogwat."

Los van zulke slimmigheden komt hij ook geregeld bij mensen thuis voor simpele klussen, als er een rolgordijn moet worden opgehangen bijvoorbeeld. Daardoor ziet hij veel ouderen die dat zelf niet meer kunnen en voor wie het inhuren van een vakman vaak te duur is. Mensen helpen zit Michael in het bloed. Naast een gezonde lichaam en geest, noemt hij sociaal contact als "de drie eenheden van het leven". Hoewel hij ook een jaartje ouder wordt - "ik heb 12 verschillende medicijnen die ik elke dag slik"- oogt hij nog zeer fit en levenslustig. Sleutelen betekent dat hij ook regelmatig op zijn rug onder een auto ligt, daarom droomt hij van een grotere garage met een brug.

In 2014 kwam Michael in de Gijsingflat wonen, nadat het uit ging met zijn toenmalige vriendin en hij op zoek moest naar een andere woning. Wat hij van de buurt vindt? "Het is de armste buurt van Nederland, zeggen ze. Mensen proberen op allerlei manieren rond te komen. Ik ken gezinnen die van gas, elektriciteit en water zijn afgesloten. Wat doe je dan? Heen en weer lopen naar de sloot om water te halen, wat moet je anders?"

Michael is bekend met de status van zijn buurt als proeftuin voor de energietransitie. Hij noemt het een vooruitgang, alleen bij oudere bewoners bespeurt hij de nodige scepsis. Die zien op tegen veranderingen, weet Michael. Zelf merkt hij er nog weinig van, behalve dat er in zijn flat momenteel nieuwe kozijnen met dubbel glas worden geplaatst. "Ja, Havensteder wil de verwarming ook gaan aanpassen, geloof ik."

Vanwege zijn functie als klusjesman is hij weinig thuis, hij is vooral in zijn garage te vinden. Daar kan hij gebruik maken van stroom die door buren gedoneerd wordt, maar hij doet zijn best om daar zuinig mee te doen. Speciaal voor het interview heeft hij een elektrisch kacheltje aangezet, "anders hadden we hier in de kou moeten zitten, dat wilde ik je niet aan doen", zegt hij breed lachend.

Als Michael niet met klusjes voor zijn buurtgenoten in de weer is, dan zorgt hij in zijn flatwoning voor zijn honden en vogels. Als hij zelf mocht kiezen waar het geld heen moet gaan, dat besteed wordt aan de energietransitie, dan zou hij in de eerste plaats inzetten op geluidsisolatie. De voornaamste reden is dat zijn buurvrouw onophoudelijk, soms meerdere keren op een dag, de politie belde omdat ze overlast had van zijn huisdieren. Het kwam bijna tot een rechtszaak, maar inmiddels is die dreiging gelukkig achter de rug. "Ik heb van alle andere buren een verklaring gekregen dat ze geen last van me hadden, daarna is de klacht ingetrokken."

Michael en zijn buurvrouw groeten elkaar sindsdien weer, al is het niet helemaal van harte. De gebrouilleerde verhouding lijkt wel de uitzondering die de regel bevestigt. Aan de hand van een ander voorbeeld legt Michael namelijk nog eens uit hoe graag hij zich inzet voor zijn buurtgenoten: een wekelijkse 'tafeltje dekje' die buurtgenoten voor maar 1,50 euro kunnen afhalen bij Michael, of bij een restaurant even verderop. "Het liefst zou ik hier een gaarkeuken beginnen. Ik hou van koken, ik maak altijd meer dan ik zelf op krijg. Zo ben ik dat van huis uit gewend."

Tekst: Teun van den Ende.
Foto: Florian Braakman.


Energieportret: Audry Wilson

Audry-onderschrift

Audry Wilson (1971) was negentien toen ze uit Curaçao naar Rotterdam emigreerde. Ze woonde aan de Schoonderloostraat in Delfshaven, waar ze haar eerste kind kreeg. Vijftien jaar later, met het vierde (en laatste) kind op komst, verhuisde ze naar een grotere vijfkamerwoning aan de Rösener Manzstraat in Bospolder-Tussendijken. Vier jaar later werd haar eerste kleinkind geboren.

Inmiddels heeft ze ook al vier kleinkinderen, tussen 2 en 9 jaar oud. Het is een understatement om te stellen dat haar leven om haar (klein)kinderen draait. Ze doet het huishouden in haar eentje, de vader van haar kinderen is buiten beeld. Na gewerkt te hebben als verkoopster en kassière verdient ze nu haar geld met schoonmaken. Tijd voor hobbies, of überhaupt tijd voor zichzelf, heeft ze nauwelijks. Ze zoekt wel vaak vriendinnen op, of ze nodigt ze bij haar thuis uit. Soms blijft een vriendin logeren. Met het Marokkaanse gezin met wie ze haar portiek deelt, raakte ze bevriend vanaf de dag dat ze hier kwam wonen. Andere contacten met buren zijn oppervlakkig.

Audry heeft haar handen vol aan alle dagelijkse bezigheden die zich voor het overgrote deel thuis afspelen. Elke ruimte in het huis wordt benut: de (kinder-)schoenen staat netjes per paar opgesteld op de interne trap. Die zijn van haar twee jongste en nog thuiswonende kinderen (13 en 19 jaar) en van de kleinkinderen van haar oudste (24 en 29 jaar) kinderen, die vaak over de vloer komen. Op allebei de verdiepingen wordt er dan gespeeld, televisie gekeken, gekookt en gegeten.

Het huis kan wel een opknapbeurt gebruiken, vindt Audry, want haar woning heeft gebreken. Zo slaat de combiketel tijdens het douchen vaak af en komt er alleen koud water uit. Logees weten inmiddels dat de enige manier om aan een koude douche te ontkomen, is door naar beneden moeten roepen of iemand de ketel weer aan wil zetten. Niet ideaal, maar Audry haalt haar schouders op: ze heeft ermee leren leven. Wat haar wél zorgen baart, is de hardnekkige schimmel op het plafond en de wand van de badkamer. Ze heeft de woningcorporatie gevraagd er iets aan te komen doen, maar wacht al enige tijd op hulp. Om te zorgen dat de schimmel zich in de tussentijd niet verder door het huis verspreidt, gaat de deur na elke douchebeurt dicht, wat de schimmelvorming in de badkamer verergert.

Ze is niet bekend met de plannen die haar verhuurder Havensteder met haar woning heeft. Het hele bouwblok, dat deels voor, en deels na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd, gaat van het gas af. De woningcorporatie heeft de bewoners per brief aangekondigd de verwarming en de isolatie te vervangen, al zijn de plannen nog niet definitief. Daarmee zou Audry’s energierekening - nu 145 euro per maand - flink omlaag moeten gaan. Of ze dat een hoog bedrag vindt? “Zonder de kinderen zou nog hoger zijn geweest,” meent Audry, die uitlegt dat haar kinderen het niet snel koud hebben. “En een huis vol mensen warmt sneller op dan een leeg huis, toch?”

Audry is vooralsnog niet bezig met de toekomstbestendigheid van haar woning. Of haar energie nu van zonnepanelen op het dak komt, of uit een centrale, het is haar om het even. Wat ze het liefst aan haar woning zou willen verbeteren? Ze wijst naar het vergeelde behang en de versleten vloerbedekking: “Die zou ik meteen vervangen.” Het geld dat daarvoor nodig is, heeft ze in de afgelopen veertien jaar niet weten op te brengen.

Niet alleen de woningen wacht een verduurzaming, ook in de buurt wordt geld gepompt. Audry heeft wel een suggestie waar de gemeente haar geld in zou moeten steken. “Een (speel)plek waar haar kleinkinderen met andere kinderen kunnen spelen.” Ze vindt het jammer dat in het parkje en het schoolplein vlakbij haar huis maar weinig kinderen van hun leeftijd spelen. Als gevolg daarvan spelen haar kinderen altijd binnen. Ook haar jongste dochter van 13 spreekt altijd bij vriendinnen thuis af. Dat heeft niets met een gebrek aan veiligheid in de wijk te maken: “Het is hier veiliger dan in de eerste jaren dat ik hier woonde. Vroeger waren er geregeld inbraken, bij de overburen bijvoorbeeld.”

Gelukkig maar, want Audry is voor haar dagelijkse boodschappen op de buurtwinkels aangewezen. Ze loopt het liefst, of ze pakt de fiets, openbaar vervoer vindt ze prijzig. Maar in haar buurt is gelukkig bijna alles te krijgen wat ze nodig heeft bij de Jumbo-supermarkt en de Turkse bakker. Haar kinderen zijn vooral dol op kip, die ze bij de Marokkaanse slager om de hoek haalt. Als ze iets bijzonders wil koken gaat ze naar de Kruiskade “want de slager en de vishandel hebben daar een breder assortiment.”

Audry kookt liefst stevige Antilliaanse recepten met bonen, kip of vis maar maakt net zo graag een stamppotje. Gaat dat straks ook nog net zo makkelijk als haar woning van het gas afgekoppeld is? “Het maakt me niet uit of ik op gas of elektrisch kook, zolang het maar geen hogere energierekening oplevert!” Als er in haar woning en in de buurt geïnvesteerd gaat worden, weet ze niet zo goed wat ze van de toekomst moet verwachten. Als haar vaste lasten mogen niet stijgen, het leven is al duur genoeg.

Tekst: Teun van den Ende.
Foto: Florian Braakman.


Energieportret: Jawad Shiamizadeh

Jawad-onderschrift

Kom je Jawad Shiamizadeh tegen, dan begint hij ongetwijfeld een praatje. Voor je het weet ben je een kwartier verder en heeft hij je de halve geschiedenis van Iran voorgeschoteld. Voordat hij selfmade historicus werd, heeft Jawad in de kracht van zijn leven al zijn energie in de Rotterdamse haven besteed. De vrolijke Iraniër vertelt net zo makkelijk over zijn traumatische verleden als over zijn huidige leven in Bospolder-Tussendijken waar hij met zijn vrouw en twee kinderen woont.

Jawad werd in 1959 geboren in Khorramshahr, een havenstadje op de grens tussen Iran en Irak. Zijn vader werkte in een olieraffinaderij. Het bedrijf voorzag het zevenkoppige gezin van een woning inclusief gas, water en licht. Aan die beschermde omgeving kwam op zijn negentiende abrupt een einde toen de troepen van Saddam Hoessein Iran binnenvielen. Toen de Irakezen zijn thuisstad bezetten raakte de dienstplichtige Jawad als tiener verwikkeld in een bloedige oorlog. Het Iraanse leger zou de stad in 1982 terugveroveren ten koste van zware verliezen. Maar dat heeft Jawad niet van dichtbij meegemaakt, want twee jaar eerder koos hij ervoor om te vluchten naar Rotterdam.

Dat ene jaar dienst in het leger had zijn sporen letterlijk achtergelaten op Jawad; hij bereikte Nederland met pijn in zijn borst en scherven van een granaat in zijn bovenarm en achterhoofd. Hij hield er geheugenproblemen aan over. Hij wist bij aankomst niet hoe hij dit aan de Nederlandse hulpverleners uit moest leggen en werd pas zes maanden na aankomst in het ziekenhuis voor zijn verwondingen behandeld. Er moest een maatschappelijk werker afkomstig uit Marokko aan te pas komen om te tolken in het Arabisch, Jawad’s tweede taal.

Het betekende dat hij in Nederland langzaam weer kon opkrabbelen. Een baantje waarvoor hij reclamefolders moest verspreiden leverde hem zijn eerste arbeidscontract op. Daarna werkte hij in de Rotterdamse haven via een uitzendbureau voor logistiek. Toen hij jaren later de Nederlandse identiteit bemachtigde kon zijn vrouw ook naar Nederland komen. Hij trouwde, kreeg twee kinderen die inmiddels 17 en 16 jaar oud zijn en ging wonen in Slinge. In 2010 verhuisde het gezin naar de Van Duylstraat in Bospolder-Tussendijken.

In 2020 kregen Jawad en zijn buren een brief van zijn woningcorporatie Havensteder dat zijn woning binnenkort op de schop gaat. Bospolder-Tussendijken is samen met vier andere Rotterdamse wijken namelijk als proeftuin voor de energietransitie aangewezen. Jawad weet aanvankelijk niet wat hij met de brief moet. Een medewerker van de woningcorporatie die op straat rondloopt legt uit dat het energieverbruik in de woningen veel hoger is dan nodig en dat het niet langer zo door kan gaan: zuiniger verwarmingsinstallaties en een stevig isolatiepakket moeten dat probleem verhelpen. Naar verwachting is in 2022 de woning van Jawad aan de beurt om van het gas afgekoppeld te worden.

Jawad betaalt nu 644 euro per maand voor een driekamerwoning, daarbovenop komen de energiekosten. Zijn vrouw en hij ontvangen beiden een uitkering, breed hebben ze het niet. Vandaar dat hij onlangs het energieverbruik van de verschillende apparaten in huis in kaart bracht. Breed lachend doet Jawad met armbewegingen zijn vrouw na die dagelijks het strijkijzer en de föhn gebruikt, daar kan hij niets aan veranderen! Het vergelijkend warenonderzoek bracht wel een paar energieslurpers aan het licht: zoals zijn aquarium en de batterij van de elektrische fiets van zijn vrouw. En last but not least, de koelkast met een dubbele deur en een ingebouwde ijsmachine.

Maar op het gebruik van huishoudelijke apparaten kan het gezin niet bezuinigen, vindt Jawad. Hij is allang blij als alles in huis het gewoon blijft doen, want dat is in zijn verouderde woning niet vanzelfsprekend. Zo was er laatst opeens lekkage in de wc waardoor het gezin een dag in de kou heeft gezeten; de verwarming moest worden ontkoppeld. Omdat hij er aanvankelijk telefonisch niet doorheen kwam bij Havensteder, kostte het hem de nodige moeite het probleem op te lossen. Maar nu houdt hij triomfantelijk zijn smartphone in de lucht: met wat foto’s van het natte plafond wist hij het probleem op afstand uit te leggen aan de installateur.

Zijn Samsung gebruikt hij voor een heleboel andere dingen, zoals het bijhouden van Arabische en Nederlandse nieuwssites. Hij onderwijst zichzelf met zijn smartphone, de politiek in Iran is zijn favoriete onderwerp. Dankzij zijn handigheid en technische kennis lijkt Jawad redelijk in staat zich te redden. Maar hij kent ook buurtbewoners die zich geen raad weten met techniek. Zo vertelde zijn zoon laatst dat hij het nogal koud had gekregen toen hij bij een vriendje uit de straat langs geweest was. De Somalische familie bleek maar een kamer in het huis te gebruiken omdat ze ervan overtuigd zijn dat het de enige kamer is met een werkende kachel.

Omdat Jawad makkelijk een praatje aanknoopt, is hij ook goed op de hoogte van zijn buurt. Zo leerde hij de eigenaar kennen van bakkerij Hassan aan de Schiedamsedijk, de hoofdwinkelstraat van Bospolder-Tussendijken. Hassan komt uit het oostelijk deel van Turkije dat aan Iran grenst, wat meteen een band schiep. Jawad leerde brood bereiden volgens een recept dat behalve uit meel en water voor 10% uit suiker bestaat. Het deeg rijst daardoor sneller en het brood is langer houdbaar. De bakker runt de zaak met hulp van familieleden en vrijwilligers zoals Jawad - die efficiëntie is hard nodig om nog een beetje winst te maken. Het grootste kapitaal van de bakker is zijn gasoven; die niet vervangen kan worden door een elektrische oven want dan wordt het brood niet knapperig. Een alternatieve bereiding zoals met zuurdesem is tijdsintensief en de ingrediënten zijn duurder. Zo zou het besluit om de wijk van het gas af te koppelen weleens het einde van de bakkerij kunnen betekenen.

Ondertussen demonstreert Jawad zijn broodbakkennis bij een verrijdbare buitenoven die in de binnentuin van zijn woonblok staat, een initiatief in het kader van het 'Huis van de Toekomst'. De oven sluit aan bij het idee achter de woning, die illustreert hoe de mens als energiebron fungeert. Jawad bracht de initiatiefnemers op het idee het huis in te richten met een lage tafel waar je je benen onderschuift. Het idee achter deze Iraanse Korsi is dat je jezelf onder de tafel warm houdt en de kachel veel minder vaak aan hoeft. Hoewel Jawad er trots op is dat hij als interieurarchitect bijdraagt aan het Huis van de Toekomst, zou hij zelf nooit een Korsi in zijn huis bouwen. Hij associeert het met armoede en is juist trots op zijn modern ingerichte huis met centrale verwarming, aquarium en koelkast.

Tekst: Teun van den Ende.
Foto: Florian Braakman.