Energieportret: Audry Wilson
De wijk als communicatiestrategie: de eerste Energie Agora vanuit het Huis van de Toekomst

Energieportret: Hans Koedood

Energieprotret-hans

Hans Koedood (1949) woont in zijn eentje aan de Rösener Manzstraat in een woning zonder meubels. Hij leeft vanuit zijn slaapkamer, waar hij onder zijn deken tv kijkt of een boek uit de bibliotheek leest. Behalve een televisie en een magnetron bezit Hans geen elektrische apparaten. En de verwarming gaat nooit aan, dus het is koud in huis, erg koud.

De woonkamer is helemaal leeg, op een fiets die de buurvrouw daar stalt na, één stoel en een plastic Spartatasje aan de muur. Het behang heeft Hans van de muur af gescheurd, alleen de lijmresten en de meest hardnekkige stukken behang zijn nog zichtbaar. Er ligt geen vloerbedekking op de houten platen die als vloer dienen. Een medewerker van de woningcorporatie die eens bij hem binnenkwam verzuchtte dat het zo niet langer ging, waarop Hans tegenwierp: "Voor mij gaat dat wel. Ik val toch niet door de vloer? En waar in het huurcontract staat dat ik behang moet hebben?"

Hoewel Hans mager is, komt hij niet onverzorgd over. "Ik was mijzelf minimaal een keer in de week, van top tot teen. Daarvoor maak ik een teiltje met heet water, afspoelen doe ik met koud water." En het wonen zonder meubels of iets gezelligs aan de muur, bevalt hem ook prima: "Als ik iets moois wil bekijken dan ga ik toch gewoon naar het museum?"

Zijn Spartaanse levensstijl levert hem een energierekening van 160 a 180 euro op - niet per maand, nee, per jaar. Hij deelt het huis met drie katten, zo nu en dan loopt er ook nog een zwerfkat het huis binnen. Hij voert ze geen blikvoer maar stukjes rauwe kip, waarvan de resten op de vloer liggen. “Waarom ik ze rauwe kip geef? Heb je ooit een kat achter het fornuis een kipfiletje in de pan zien gooien dan?"

Woningcorporatie Havensteder heeft aangekondigd zijn woning van het gas af te koppelen, maar Hans gebruikt geen gasketel en ook geen gasfornuis. Een vriendin die in de buurt woont brengt dagelijks eten bij hem langs, hij hoeft het alleen nog even op te warmen in de magnetron. Hij leerde de vrouw, die met haar gezin uit Eritrea naar Rotterdam kwam, kennen in buurthuis Pier 80, waar ze de toiletten schoonmaakt. Hans zorgt er met haar voor dat elke toiletbezoeker 30 cent in het schaaltje legt: "Op dagen dat ik haar help haalt ze twee keer zoveel op als wanneer ik er niet ben," De vrouw bedankt hem ervoor door dagelijks eten langs te brengen. Hij geeft haar geld voor boodschappen, zo'n 50 euro in de week.

Het leven met zo min mogelijk bezittingen bevalt hem prima. Zijn eigen boodschappen, waarvan een aanzienlijk deel uit halve literblikken bier bestaat, betaalt hij van zijn spaarcenten. In jongere jaren verdiende hij naar eigen zeggen goed geld als straler (van oppervlakken op bruggen en industriële installaties om roestvorming en verontreiniging tegen te gaan). Het werk voerde hem naar allerlei verschillende plekken in Europa maar hij keerde altijd weer terug naar Rotterdam.

Hans leidde een nogal tumultueus leven en houdt er stevige opvattingen op na, blijkt uit zijn vele verhalen die hij een voor een oplepelt terwijl hij op chocolade zeebanket trakteert. Hij is getrouwd geweest en weer gescheiden omdat hij geen kinderen wilde en zijn vrouw wel: "Ik zeg altijd: we leven in de hel - daar zet je geen kinderen in neer." Ook ging hij, “om eerlijk te zijn, een heleboel keer naar de hoeren”.

Nadat zijn huwelijk strandde stapte hij met zijn toenmalige vriendin Els - "met haar klikte het want zij wilde ook geen kinderen" - in een oude Chevrolet-bus om in Portugal hun geluk te beproeven. Ze bouwden er een eigen huis en verdienden bakken met geld met een restaurant en de verhuur van vakantiewoningen aan Nederlanders. "De broer van Els zette een advertentie in de Telegraaf voor een appartement voor 500 gulden per week. We zaten bijna altijd vol. We hebben daar bijna geen cent uitgegeven. Gasten trakteerden ons spontaan op etentjes met alles erop en eraan, stomverbaasd dat alles zo goedkoop was."

De relatie met Els hield geen stand, onder meer door een escapade met een vriendin van haar, waarna ze drie jaar later terugkeerden naar Rotterdam. Alternatieve inkomstenbronnen die zij samen hadden opgebouwd, zoals een autosloperij in de Spaanse Polder, droogden op. Alleen het dealen in speed, waar hij met Els aan was begonnen vanuit hun gedeelde stamcafé De Grootste Slok, zette hij zonder haar voort. Zo raakte Hans van het rechte pad: "Als ik geen geld had, dan pikte ik het." Hij belandde zelfs in de gevangenis vanwege een poging tot een overval, die overigens niet doorging: “Achteraf gezien maar beter ook.”

Ondanks zijn duistere escapades, waar hij vrijuit over vertelt, schiet Hans ook geregeld mensen die het minder goed hebben dan hij, te hulp. Alleen moet diegene wel bereid zijn zich aan Hans’ gewoonten aan te passen. Zo bood hij een drinkmaatje uit 'De Slok' een tijdje onderdak in zijn huidige woning, die graag de verwarming aan zette. Hans vond het maar niets en vroeg zijn huisgenoot te vertrekken. "Hij weigerde dus heb ik de verwarming weer uitgezet en voor de zekerheid alle stoppen uit de meterkast getrokken. Een paar dagen later was hij weg."

Ondanks dat Hans een jaartje ouder wordt, oogt hij nog behoorlijk energiek als hij in zijn ijskoude woonkamer op de spreekwoordelijke praatstoel zit. Gedurende het hele gesprek heeft de buitendeur open gestaan waardoor het in huis nauwelijks warmer is dan buiten. De deur komt uit op de collectieve binnentuin van het woonblok. Hans is niet extra warm gekleed, hij draagt een overhemd met een trui erover - heeft hij geen last van de kou? "Ik woon hier sinds 2001, sindsdien staat die deur altijd open. Dat werkt prima, er is nog nooit ingebroken. Mensen weten inmiddels dat hier toch niets te halen is."

Tekst: Teun van den Ende.
Foto: Florian Braakman.