Powerbieb: Velomobiel
Powerbieb: Warmtemolen

Powerbieb: Optische Telegraaf

Energiebron: menskracht  Categorie: communiceren

Optische-telegraaf

E-mail overklast alle andere communicatiesystemen in snelheid, maar de essentie van de technologie – het over lange afstand versturen van gecodeerde boodschappen – vindt haar oorsprong in het gebruik van rookpluimen, vuursignalen en drums, duizenden jaren voor onze tijdrekening. En ze vormde de basis van een opmerkelijk maar grotendeels vergeten communicatienetwerk dat de komst van het internet heeft voorbereid: de optische telegraaf. Meer dan 200 jaar geleden was het al mogelijk om berichten met de snelheid van een vliegtuig door Europa te versturen – draadloos en zonder dat er elektriciteit aan te pas kwam.

Het eerste optische telegraafnetwerk werd in 1791 ontwikkeld door de Fransman Claude Chappe. Het netwerk bestond uit een keten van torens, die op een afstand van 5 tot 20 kilometer uit elkaar werden geplaatst. Op elk van die torens stonden een houten seinpaal en twee telescopen. De seinpaal kon in 196 verschillende posities worden gezet. Elk van die posities vormde een code voor een letter, een cijfer, een woord of een (deel van een) zin. Op elke toren zat een telegrafist, die door de telescoop in de toren voor hem in de keten loerde. Als de seinpaal daar in een bepaalde positie werd gezet, kopieerde hij die positie op zijn eigen toren. Vervolgens keek hij door een tweede telescoop naar de volgende toren in de keten, om te controleren of zijn signaal door de volgende telegrafist goed werd gekopieerd.

Op enkele decennia tijd werden er zowel in Europa als in de VS continentale netwerken uitgebouwd. Frankrijk had een nationaal netwerk van 530 torens en een totale lengte van bijna 5000 km. Ook Nederland werd in het Franse netwerk opgenomen, met een lijn van Antwerpen naar Amsterdam. Aan het begin van de 19de eeuw was het mogelijk om een kort bericht op een uur tijd draadloos van Amsterdam naar Venetië te versturen. Een paar jaar eerder had een bode te paard daar nog een maand tijd voor nodig gehad. De optische telegraaf had echter beperkingen: zware regenval of laaghangende bewolking konden de werking verstoren, en de infrastructuur werkte alleen overdag. Bovendien was het netwerk voor de meeste mensen niet toegankelijk. Er werd vooral militaire en financiële informatie mee verstuurd, maar bijvoorbeeld ook de winnende nummers van de loterij.